Steeds vaker worden de grenzen van ethische communicatie overschreden. En dat allemaal onder het mom van vrijheid van meningsuiting. De voorbeelden stapelen zich op. Neem bijvoorbeeld misdaadjournalist Peter R. de Vries die het medium televisie en internet mis-/ge-bruikt om eigen rechter te spelen. Zijn dramatische aankondiging van een opgeloste moordzaak wordt door een groot deel van de kijkers voor zoete koek geslikt. Na ontdekking van de verblijfplaats van de vermeende moordenaar Joran van der Sloot, kort na de uitzending, kon de politie ternauwernood een lynchpartij voorkomen. Horen dit soort belastende verklaringen niet gewoon binnen het politieonderzoek en de muren van de rechtbank plaats? Beelden van middeleeuwse volksgerichten doemen hier op. Hoezo een samenleving met moderne waarden en normen?
Een ander voorbeeld: de sterverslaggever van GeenStijl.nl die mensen met draaiende camera de meest impertinente vragen voorlegt. Je moet van goede huizen komen om daar op een mediagenieke manier op te reageren. Natuurlijk schieten de meesten in een houding van verontwaardiging en ongemakkelijk gedrag (een onhandig opererende minister Vogelaar en een met een paraplu slaande rechter). De camera registreert genadeloos. Vervolgens vinden de filmpjes hun weg op het internet (YouTube) en daarna wordt het opgepikt door de serieuze nieuwsmedia. Een veel bekeken filmpje op YouTube is tegenwoordig vrijwel zeker nieuws. Vaak betreft het filmpjes waar de journalistieke normen van hoor en wederhoor niet gelden. Via een omweg wordt dit goede journalistieke gebruik omzeild. Dat is een ongewenste ontwikkeling.
Vrijwel iedere mobiele telefoon heeft een fotocamera en/of videomogelijkheid. Zo is elke burger journalist. Tegen grove betaling worden burgers door de roddel- en sensatiepers ingezet om foto's te schieten van onbereikbare plaatsen, personen of gebeurtenissen. De nieuwsmedia maken daarmee goede sier.
Tenslotte zijn er de zogenaamde consumentensites en fora op internet. Deze sites publiceren meningen van consumenten en gebruikers over producten en diensten. Veel van de ingezonden berichten van zogenaamde consumenten zijn afkomstig van PR- en reclamebureaus die in opdracht van merken en bedrijven een goede ervaring met het product of de dienst inzenden. Virale marketing noemen reclamebureaus dat. En ze zijn er nog trots op ook.
Het wordt tijd dat er nieuwe richtlijnen en regels worden opgesteld om de huidige mediacratie weer van waarden, normen en ethiek te voorzien.
Rob van der Woude