Op het moment van schrijven van dit stuk is het nog precies een maand voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010. Alle zichzelf respecterende politieke partijen hebben de partijprogramma’s geïntroduceerd, websites zijn vernieuwd, kieswijzers gelanceerd en het grote flyeren barst los. Je kunt geen winkelcentrum in het weekend meer bezoeken zonder belaagd te worden door gekleurde sjaaltjes om serieuze halzen en marktkraampjes met dezelfde kleuren ballonnen. Het zijn tijden als deze waarin wij onze democratie van dichtbij beleven. Niet alleen in het winkelcentrum. Maar ook in de kranten. De lokale kranten wel te verstaan. Het zijn immers de gemeenteraadsverkiezingen. Iedere partij heeft wel adviseurs die roepen: ‘Je moet zorgen dat je in de lokale krant komt!’. En dat gebeurt dan ook massaal. Partij X opent een kinderboerderij met als boodschap dat kinderen nu eenmaal de toekomst zijn, partij Y deelt oorkondes uit aan verdienstelijke ondernemers met als boodschap dat de economie drijft op het bedrijfsleven, partij Z organiseert een petitie voor een wethouder om hem er toe aan te zetten om vaart te maken met het opruimen van hondenpoep in de stad. Heerlijk. Na de verkiezingen wordt het weer rustig in de kolommen. Dan moeten coalities gesmeed en zal beleid gemaakt moeten worden. Dan gaat er weer bestuurd worden. De rol van de media in bestuurlijk Nederland is er altijd een van haat-liefde. Bijna altijd een gespannen situatie. Maar deze maand is het gewoon even leuk. Al die nieuwtjes en al die goede bedoelingen in de krantenkolommen. Genieten, al is het maar voor een paar weken.